**1..** Roerende woonvoorzieningen
De meest gebruikte roerende woonvoorzieningen zijn over het algemeen tegen redelijke prijzen verkrijgbaar bij thuiszorgwinkels en via internet. Om die reden is het voor de inwoner niet altijd gunstiger om deze voorzieningen via de Wmo geleverd te krijgen in verband met de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen.
**2..** Complexere onroerende woonvoorzieningen
Als blijkt dat het aanpassen van de woning of woonruimte de goedkoopst compenserende oplossing is, moet worden aangegeven hoe hieraan invulling wordt gegeven.
Een bouwkundige aanpassing of woontechnische ingreep aan een woonruimte wordt op grond van de Wmo door het college toegekend aan de inwoner. De gemeente kan, in het geval er sprake is van een huurwoning, er voor kiezen om de kosten voor de voorziening direct aan de eigenaar uit te betalen. De beschikking wordt verstuurd aan de aanvrager/belanghebbende met een afschrift aan de woningeigenaar.
Programma van eisen
Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werken wij altijd eerst met een programma van eisen, waarmee zo nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden.
In de keuken
Aanpassingen in de keuken zijn mogelijk als sprake is van beperkingen bij het uitvoeren van keukenactiviteiten waarvoor belanghebbende grotendeels verantwoordelijk is.
Aan de trap
Als iemand vraagt om zijn beperkingen in het traplopen op te lossen, dan wordt gekeken naar de mate van normaal gebruik van de woning, zoals in deze beleidsregels besproken. In eerste instantie wordt er gekeken of er, door het anders gebruiken van gebruiksruimten, mogelijkheden zijn om op de begane grond te gaan slapen en/of gebruik te kunnen maken van een natte cel. Is deze mogelijkheid er niet dan zal aanpassingen aan de trap in de regel bestaan uit het aanbrengen van een tweede trapleuning of een traplift. Tweede leuningen worden gezien als algemeen gebruikelijk en niet via de Wmo vergoed. Trapliften worden in bruikleen verstrekt.
Van het toilet
Het aanpassen van het toilet bestaat voornamelijk uit het opheffen van beperkingen in gebruik en toegankelijkheid van het toilet.
Algemeen gebruikelijk (en dus niet vergoed), zijn wandbeugels en een verhoogd toilet.
Een zogenaamde spoel/föhn installatie, bedoeld voor mensen die niet in staat zijn zichzelf te reinigen na de toiletgang, kan worden verstrekt.
Een tweede toilet, bijvoorbeeld op de bovenverdieping, wordt in principe niet verstrekt. Er is een uitzondering hierop mogelijk in het geval dat:
een losse toiletstoel of chemisch toilet niet geleegd en/of schoongemaakt kan worden door de cliënt, een huisgenoot, vrijwilliger of hulpverlener;
en de gang naar beneden, voornamelijk in de nacht, niet of niet op tijd mogelijk is.
Aan de natte cel
Met de natte cel wordt bedoeld de ruimte in de woning waar iemand zich wast, douchet en eventueel naar het toilet kan: de badkamer. Ook hier worden aanpassingen aangebracht om eventuele beperkingen in het gebruik en de toegankelijkheid mogelijk te maken.
Bereikbaarheid/toegankelijkheid woning
Mogelijke aanpassingen zijn:
verbreden van toegangsdeuren en -paden;
aanbrengen van automatische deuropeners;
aanbrengen van drempelhulpen;
verwijderen van drempels;
bereikbaar maken van tuin of balkon.
Aanbouw
Als voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat er een aanbouw geplaatst wordt besluit het college vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen woningen zal de kans op hergebruik miniem zijn. Daarom kiezen wij bij eigen woningen als het maar enigszins kan voor het plaatsen van een herbruikbare losse woonunit en hebben wij aandacht voor de omgevingsvergunning.
Als het gaat om een aanbouw bij een eigen woning, zal het college allereerst beoordelen wat iemands eigen mogelijkheden zijn. Ook zal er gekeken worden of het verhuizen naar een geschikte woning een oplossing kan bieden.
Tuin en terras
Als de aanleg van een verhard terras, direct aansluitend aan de woonruimte, of de aanpassing van een bestaand terras noodzakelijk is, dan geldt hiervoor een maximum totaaloppervlakte van 6 m2. Als de aanleg van een verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, of tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort noodzakelijk is, geldt een maximum oppervlakte van 20 m2.
Mogelijk te vergoeden kosten
De kosten voor woningaanpassingen die meewegen bij de vaststelling van de financiële tegemoetkoming en getoetst worden op goedkoopst compenserend, zijn:
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Als de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, dan vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten als subsidiabel aangemerkt;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw (RWU 1991). De offerte moet minimaal 3 maanden van kracht te zijn;
het architectenhonorarium. Dit mag maximaal tien procent bedragen van de aanneemsom. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld, worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpendere woningaanpassingen;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering, als dit noodzakelijk is, tot een maximum van twee procent van de aanneemsom;
de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald. Dit alleen voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
de prijs van bouwrijpe grond als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
de door de gemeente (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet waren te voorzien;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de gehandicapte: tien procent van die kosten (inclusief BTW) met een maximum van € 500,- inclusief BTW. Deze kosten kunnen worden gezien als onderhandelingsfactor waarmee de medewerking van de verhuurder eerder kan worden verkregen.
Hoger uitrustingsniveau dan sociale woningbouw
Bij de toekenning van voorzieningen wordt uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw. Het hiervoor geldende niveau is vastgelegd in het “Bouwbesluit 2003”.
Maximale vergoeding woonwagens
Als de technische levensduur van een woonwagen minder dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt, bedraagt de vergoeding voor bouwkundige en niet-bouwkundige woonvoorzieningen, uitraasruimten en verwijdering van in bruikleen verstrekte voorzieningen maximaal € 1.000,-.
Opstalverzekering
De gemeente eist dat de eigenaar van de woning bij het vergroten van de woning zelf zorgt voor de aanpassing van de opstalverzekering.
Anti-speculatiebeding
Bij het verstrekken van woningaanpassingen en in het bijzonder dure woningaanpassingen in de vorm van een aanbouw, is er soms sprake van een waardestijging van de woning. Voor dure woningaanpassingen is een anti-speculatiebeding voor 10 jaar van toepassing waarbij het anti-speculatiebeding jaarlijks met 10% afneemt.
Gereedmelding woningaanpassing
Een woningaanpassing, niet zijnde het aanbrengen van een traplift, moet uiterlijk binnen drie maanden na het verlenen van de voorziening gereed zijn. Als niet aan deze termijn wordt voldaan, kan het college besluiten om de eerder verleende voorziening in te trekken. Als de voorziening gereed is, moet er door de inwoner aan de gemeente een schriftelijke gereedmelding worden overlegd.
**3..** Vervangen vloerbedekking in verband met longklachten
Financiële tegemoetkoming voor vervanging vloerbedekking
De cliënten met allergie of astma kunnen in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor het vervangen van de vloerbedekking als dat noodzakelijk is. Dit is alleen mogelijk wanneer een arts een duidelijke diagnose heeft gesteld.
In de regel krijgt de inwoner een vergoeding als:
hij of zij bij de aanschaf van de oude materialen niet had kunnen weten dat hij longklachten zou krijgen of dat deze erger zouden worden;
de vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is.
In principe gaat het bij woningsanering om het vervangen van de vloerbedekking in de slaapkamer. De woonkamer kan ook worden gesaneerd, maar alleen als de aanvrager jonger dan vier jaar is. Voor het vervangen van gordijnen of behang in de slaap- of woonkamer worden geen saneringskosten verstrekt. Het nut hiervan is volgens het Longfonds nauwelijks aantoonbaar.
Afschrijvingstermijn
De inwoner komt alleen in aanmerking voor een vergoeding voor het vervangen van de vloerbedekking als de te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven waarbij de afschrijvingstermijn van vloerbedekking wordt vastsgesteld op 5 jaar.
Maximale vergoeding saneringskosten.
De maximale vergoeding voor saneringskosten is vastgesteld op € 1000,-
**4..** Verhuizing
Bij verhuizing komt de inwoner niet in aanmerking voor een saneringsvergoeding.
Bij een verhuizing is het immers gebruikelijk dat iemand zijn woning opnieuw inricht en stoffeert. Hierbij kan de inwoner alvast rekening houden met zijn klachten.
**5..** Verhuiskostenvergoeding
Iemand die vanwege zijn beperkingen niet meer in zijn eigen woning kan wonen en daarom moet verhuizen, kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming:
de verhuiskostenvergoeding. Deze bedraagt maximaal € 3.000,- (prijspeil 2015).
Mogelijke situaties
Te denken valt vooral aan de volgende drie situaties:
de inwoner gaat naar een nieuwe geschikte zelfstandige woning, omdat hij in zijn oude woning niet meer op een normale manier kan functioneren;
de inwoner vraagt om een woningaanpassing, maar na onderzoek blijkt dat een verhuizing de goedkoopste en meest adequate oplossing is voor zijn probleem. Het kan ook zijn dat de huidige woning van de inwoner zich niet leent voor een aanpassing. Ook dan is verhuizing de meest voor de hand liggende oplossing;
iemand zonder beperkingen die in een aangepaste woning woont, maakt deze op verzoek van de gemeente vrij.
Een verhuiskostenvergoeding, onder a. en b. dient als alternatief voor een woningaanpassing als dit de goedkoopste en meeste adequate oplossing is voor het woonprobleem van de cliënt.
Afwijzingsgronden
Er zijn vier mogelijke afwijzingsgronden:
algemeen gebruikelijk;
geen onverwacht optredende noodzaak;
verhuizing naar een zorginstelling/niet zelfstandige woonruimte;
verhuizing heeft al plaatsgevonden.
Algemeen gebruikelijk
Een verhuiskostenvergoeding wordt alleen toegekend als de verhuizing voor de inwoner in kwestie, in zijn specifieke situatie, niet algemeen gebruikelijk is. Een verhuizing kan algemeen gebruikelijk zijn voor bijvoorbeeld:
jongeren die op zichzelf gaan wonen;
jonge gezinnen die groter gaan wonen;
ouderen die naar een kleinere woning of seniorenwoning verhuizen;
bewoners van een Wlz-instelling die op een zeker moment zelfstandig gaan wonen.
**6..** Voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
Voorzieningen in gemeenschappelijke ruimte worden alleen aangebracht als er geen nadelig invloed is van extreme slijtage door weer en wind of vandalisme. Ook wordt er een zorgvuldige afweging gemaakt bij het aanbrengen van de voorziening of de voorziening geen belemmeringen oplevert voor het gebruik van de gemeenschappelijke ruimte voor medebewoners.
**7..** Bezoekbaar maken woning
Als de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling of bij gehandicapte kinderen die door een echtscheiding waarbij er geen sprake is van co-ouderschap het hoofdverblijf hebben bij één ouder dan kan er een voorziening worden getroffen om één woning bezoekbaar te maken. Daarbij gaat het alleen om de volgende zaken:
het kunnen bereiken en gebruiken van de woonruimte;
het kunnen bereiken en gebruiken van de woonkamer;
het kunnen bereiken en gebruiken van het toilet.
Hierbij gaat het dus alleen om op bezoek gaan en niet over logeren.
De hoogte van de financiële vergoeding om een woning bezoekbaar te maken bedraagt maximaal
€ 3.000,- (prijspeil 2015).
**8..** Verwijderen van voorzieningen
Voorzieningen worden zo min mogelijk verwijderd. Daar waar het onontkoombaar is om de voorziening niet te verwijderen zijn de kosten van het verwijderen voor de aanvrager van de voorziening tenzij de aanvrager anders is overeengekomen met de eigenaar van de woning. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de kosten van het verwijderen van de voorziening.
**9..** Huurderving
Huurderving in verband met het vrijhouden van aangepaste woningen
Woningen die voor meer dan € 7.000,- zijn aangepast en waarvan de bewoner de woning verlaat, worden door de woningbouwcorporatie tot 6 maanden vrijgehouden voor een andere bewoner met beperkingen. De periode van zes maanden kan éénmalig met een periode van maximaal drie maanden verlengd worden als bekend is dat binnen deze drie maanden een persoon met beperkingen de woning zal betrekken.
De gemeente vergoedt de eerste maand van leegstand niet aan de woningbouwvereniging, omdat het bij reguliere verhuur ook regelmatig voorkomt dat een woning een dergelijke periode leeg staat. Voor de overige maanden waarin de woning op verzoek van de gemeente leegstaat, wordt de kale huur aan de woningbouwvereniging vergoed.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.3
Wmo-voorzieningen
Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE BILT 2015