Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.3

Wmo-voorzieningen

Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE BILT 2015

Vervoer kan op meerdere manieren mogelijk gemaakt worden: via collectief taxivervoer; via individueel taxivervoer; via een aangepast vervoermiddel. 1.. Beperkt tot lokaal Het college beperkt zich bij het indiceren van vervoer tot het zich lokaal verplaatsen. Dit betekent dat aan de aanwezigheid van voor de betrokkene belangrijke bovenregionale contacten op zichzelf geen, dan wel slechts in bijzondere situaties een beslissende betekenis toekomt. 2.. Rangorde van de voorzieningen Het collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi) wordt als primaat (goedkoopst adequate voorziening) beschouwd. 3.. Taxivervoer Collectief vervoer via Regiotaxi Regiotaxi is een collectief vervoerssysteem voor deur-tot-deurvervoer. Voor Wmo-cliënten kost de regiotaxi € 0,70 per zone, plus per rit een opstapzone van € 0,70 (prijspeil 2015). Dit tarief is ongeveer even hoog als dat voor het reguliere openbaar vervoer. Wmo Regiotaxi Utrecht biedt de mogelijkheid voor “individueel vervoer”. Dit houdt in dat gemeente een Wmo geïndiceerde pashouder een indicatie kan verstrekken voor “individueel vervoer” op medische indicatie of andere zwaarwegende redenen. De ritten van deze Wmo pashouders met een indicatie “individueel vervoer” mogen niet gecombineerd worden met andere reizigers c.q. ritten. Daarnaast geldt dat er bij Wmo pashouders “individueel vervoer” ook nog specifiek kan worden gevraagd om vervoer met een “taxi” of “taxibus”. De extra kosten voor “individueel vervoer” komen voor rekening van de gemeente. De ritprijs voor het individueel vervoer is voor de wmo-geindiceerde gelijk aan de ritprijs van het “normale” collectief vervoer. Begeleiding. Bij de Regiotaxi kan begeleiding worden geïndiceerd. Dit betekent dat er kosteloos een begeleider mee moet reizen. Zodra begeleiding is geïndiceerd mag een gebruiker niet meer alleen met de Regiotaxi reizen. 4.. Vervoermiddelen Scootmobiel Iemand die, in het kader van het leven van alledag, belemmeringen ondervindt in het bereiken van vervoersbestemmingen in de directe woonomgeving en voor middellange afstanden, kan in aanmerking komen voor een scootmobiel. Hierbij worden de volgende zaken in overweging genomen: De aanvrager kan: zelfstandig op en van de scootmobiel stappen; enkele meters zelfstandig, zonder loophulpmiddel lopen; de scootmobiel op een adequate wijze (technisch) bedienen; zelfstandig deelnemen aan het verkeer op de openbare weg op basis van voldoende verkeersinzichten. Aangezien de scootmobiel een mobiliteitsprobleem in de directe woonomgeving compenseert, wordt een scootmobiel niet verstrekt voor vervoersbestemmingen buiten dit vervoersgebied. Stalling scootmobiel Belangrijk is dat er een stallingmogelijkheid voor de scootmobiel is met een elektriciteitspunt voor het opladen van de accu’s. Als dit niet het geval is, komen ook de kosten voor de aanleg van een stalling of elektriciteitspunt mogelijk voor vergoeding in aanmerking. Als deze kosten erg hoog zijn, kunnen andere vervoersvoorzieningen overwogen worden . (Elektrische) Handbike Een (elektrische) handbike is een aankoppelfiets aan de rolstoel, waarmee iemand met behulp van armkracht of elektrisch de rolstoel kan voortbewegen. Een handbike kan gebruikt worden voor afstanden die normaal met de fiets afgelegd zouden worden. De handbike is alleen geschikt voor mensen die genoeg armkracht hebben om zich te kunnen voortbewegen. Over het algemeen zijn dat de jongere gehandicapten. Bij het toekennen van de handbike wordt afgewogen of deze voorziening het goedkoopst adequaat  is, ook in relatie tot de vervoerskostenvoorziening. 5.. Sportrolstoel en aangepaste sportvoorzieningen Sportrolstoelen en aangepaste sportvoorzieningen worden niet in natura verstrekt. De gemeente biedt in voorkomende gevallen een persoonsgebonden budget (PGB) aan voor de aanschaf. De inwoner krijgt dit PGB alleen wanneer hij kan aantonen dat hij of zij: de sport beoefent waarvoor de voorziening is aangevraagd; actief lid is van een sportvereniging; zonder de sportrolstoel of de aangepaste sportvoorziening niet kan sporten door zijn of haar beperkingen. Hoogte PGB Het persoonsgebonden budget voor een sportrolstoel of -voorziening bedraagt maximaal € 6.000,- (prijspeil 2015). Dit bedrag is bedoeld voor de aanschaf, het onderhoud, de benodigde aanpassingen en andere kosten die samenhangen met het gebruik van de sportrolstoel of -voorziening. Voor een sportrolstoel of -voorziening wordt een afschrijvingstermijn van zes jaar aangehouden.

Rechtspraak bij dit artikel