Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 32.

Interpellatie

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2014

1.. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2.. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouder. 3.. Als het verzoek tenminste 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4.. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan één maal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Rechtspraak bij dit artikel