**1..** In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de standplaatsvergunning worden toegewezen aan de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.
**2..** Indien de standplaatsvergunning niet kan worden toegewezen op grond van het vorige lid, dan kan de vergunning worden toegewezen aan een kind of medewerker die:
**a..** direct daaraan voorafgaand, gedurende een aaneengesloten periode van minimaal drie jaar onafgebroken in loondienst van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd;
**b..** bij notariële akte heeft aangetoond dat de onderneming in eigendom van de medewerker is overgegaan en dat de standplaats geen economische factor is in de overname.
**3..** Een aanvraag tot toewijzing wordt ingediend binnen 12 weken nadat de vergunninghouder is overleden, dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 4
Artikel 5:18b