Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 18

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde van de raad 2014

1.. Over voorliggende geagendeerde voorstellen, die niet in een voorbereidende vergadering aan de orde zijn geweest, kunnen, na vaststelling van de agenda, belanghebbenden gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren en daarover hun mening kenbaar maken. 2.. Het spreekrecht dient er niet voor om van het gemeentebestuur antwoord te krijgen op gestelde vragen. 3.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een te nemen beslissing op een bezwaarschrift; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; over de stukken die vermeld staan op de Lijst van ingekomen stukken. 4.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste vóór 10.00 uur op de dag van de raadsvergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer, het onderwerp waarover hij het woord wil voeren en welk belang hij heeft bij het onderwerp. 5.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De inbreng van de burger kunnen de raadsleden desgewenst bij hun overwegingen en besluitvorming betrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel