**1..** Degene die door de gemeenteraad is aangewezen/benoemd tot lid van
het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over
zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn. Door de raad
gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar
de raadscommissie.
**2..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste
lid, schriftelijke vragen stellen volgens de regels van artikel
39.
**3..** Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
41, zijn van overeenkomstige toepassing.