**1..** Voorafgaand aan zijn benoeming maakt het presidium een aanbeveling
van één persoon voor de raad.
**2..** De griffier legt, in de vergadering van de raad, in handen van de
voorzitter, de volgende eed/ verklaring en belofte af:
“Ik zweer/verklaar dat ik, om tot griffier benoemd te worden,
rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel
ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer/verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of
te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige
belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer/beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de
wetten zal nakomen en dat ik mijn taak als griffier naar eer en
geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig!”/ “Dat verklaar en beloof
ik!”
**3..** Afwijking van de eed/verklaring en belofte, zoals genoemd in het
eerste lid, is mogelijk als de griffier aan zijn godsdienstige
gezindheid de plicht ontleent een andere handelswijze te
volgen.