De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten zich voordoen.
De draagkracht voor de individuele bijzondere bijstand wordt uitgedrukt in een percentage van 10 procent boven de norm zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet namelijk:
80% voor een alleenstaande
100% voor een alleenstaande ouder
110% voor een gezin
Alle in lid 1 genoemde percentages zijn inclusief vakantietoeslag.
Voor aanvragen van burgers waarvan de vakantietoeslag niet bekend is, wordt een vast percentage vakantietoeslag aangehouden, namelijk:
* voor klanten met inkomsten uit arbeid: 8%
* voor overige klanten (andere uitkeringen): 5%.
Alle inkomen boven de in lid 1 genoemde percentages, wordt volledig meegerekend als draagkracht (100% draagkracht).
Het vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt gezien als draagkracht.
Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen wordt bepaald volgens de regels van de Participatiewet.
Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als een minnelijk schuldhulptraject loopt wordt de aanvrager niet geacht over draagkracht te beschikken.
Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de draagkracht van de gehele periode in één keer verrekend met het uit te behalen bedrag.
Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht evenredig verrekend over de uit te betalen bijstand.
HOOFDSTUK 1
Artikel 3
Draagkracht
Onderdeel van Beleidsregel individuele bijzondere bijstand Kerkrade 2015