Naar hoofdinhoud
1. Subsidie wordt verstrekt met inachtneming van de eisen van doeltreffendheid en doelmatigheid. 2. Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een: vast percentage van dat deel van de daadwerkelijke kosten van het project dat niet wordt gedekt door bijdragen van derden; vast bedrag; of bedrag ter dekking van de begrote kosten. 3. Het in het tweede lid, onder a, genoemde percentage kan lager zijn bij projecten die ook door andere subsidieverstrekkers worden ondersteund, en hoger bij projecten waaraan prioriteit wordt gegeven door GS, zulks vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma. 4. Subsidiepercentages worden vastgesteld in het Uitvoeringsprogramma. 5. Subsidiabele investeringskosten van een infrastructuurproject zijn: studies voor het betrokken project; noodzakelijke verwerving van een onroerende zaak; vergunningen en leges; bouwrente, gebaseerd op het rentepeil van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk; aanleg, bouw, wijziging of inrichting van infrastructuur; met het project samenhangende schadevergoeding aan derden; de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd of gecompenseerd door het BTW-compensatiefonds; onvoorziene omstandigheden, voor zover die betrekking hebben op kosten genoemd in de onderdelen a tot en met f. 6. VAT-kosten zijn ook subsidiabele investeringskosten, met dien verstande dat de subsidie voor deze kosten maximaal 16% van de subsidiabele investeringskosten vermeld in het vijfde lid, bedraagt. 7. Uitsluitend infrastructurele projecten waarvan de bijdrage van GS op basis van de projectbegroting € 25.000 of meer bedraagt, komen voor subsidie in aanmerking.

Rechtspraak bij dit artikel