**1.** De subsidieontvanger is verplicht:
medewerking te verlenen aan een door of vanwege GS te verrichten onderzoek naar de besteding van de subsidie;
op verzoek van GS alle bescheiden en inlichtingen te verschaffen die nodig zijn om te beoordelen of hij voldoet aan de subsidieverplichtingen;
medewerking te verlenen aan een vordering van inzage in gegevens die ten grondslag liggen aan de beoordeling van de gevoerde administratie over enig jaar, door een door GS aan te wijzen accountant;
de medewerking te verlenen aan een toezichthouder die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
GS onmiddellijk schriftelijk te informeren over wijzigingen in het project of andere feiten en omstandigheden waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij invloed kunnen hebben op de aanspraak op subsidie.
bij eventuele uitingen die hij onderneemt ruchtbaarheid te geven aan het feit dat het project gesubsidieerd wordt door de Provincie Utrecht (‘mede mogelijk gemaakt door’).
**2.** De subsidieontvanger is verplicht de voorzieningen van het project waarvoor de subsidie is verleend binnen een periode van tien jaren na voltooiing van de voorzieningen in stand te houden, tenzij bij het verlenen van de subsidie het tijdelijke karakter van de voorziening bekend was. Indien in het besluit tot verstrekking van subsidie is vastgelegd dat het een experimenteel project betreft, kan de in de eerste volzin genoemde termijn door GS verkort worden.
**3.** De subsidieontvanger is verplicht binnen één jaar na bekendmaking van de verleningsbeschikking aan te vangen met de uitvoering van de werkzaamheden van het project, tenzij daarover schriftelijke afwijkende afspraken zijn gemaakt of in de verleningsbeschikking anders is bepaald.
**4.** Voorts kunnen verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot de wijze waarop over de verrichte activiteiten gerapporteerd wordt.
Hoofdstuk
Artikel 2.10