Naar hoofdinhoud
1. . Voor het houden van een hoorzitting is vereist, dat in elk geval de voorzitter en een ander extern lid aanwezig is. In zaken op grond van de Jeugdwet vindt het horen plaats in aanwezigheid van het lid dat beschikt over een opleiding tot kinder- en jeugdpsycholoog, orthopedagoog of een daarmee vergelijkbare opleiding. 2. . Bij relatief eenvoudige zaken kan het horen in Kamer I worden opgedragen aan de voorzitter. 3. . In zaken op grond van de Jeugdwet kan het horen in Kamer II worden opgedragen aan het lid dat beschikt over een opleiding tot kinder- en jeugdpsycholoog, orthopedagoog of een daarmee vergelijkbare opleiding.

Rechtspraak bij dit artikel