Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1.

Wet Huisbezoeken vanaf 1 januari 2013

Onderdeel van Protocol Huisbezoek WIZ

Artikel 40 WWB, artikel 14 IOAW en IOAZ zijn gewijzigd door deze wet. Met deze wet wil de regering meer mogelijkheden geven om de leefsituatie vast te stellen van belanghebbenden die een uitkering aanvragen of ontvangen. Daarbij gaat het vooral om de vraag of de ontvanger van de uitkering samenwonend is of alleenstaande (ouder). Ook moeten deze belanghebbenden kunnen aantonen dat ze daadwerkelijk op het ingeschreven GBA adres wonen en dat ze de kosten van het bestaan niet kunnen delen. Met deze wet is bereikt dat de eis van gerede twijfel aan de juistheid van de door de belanghebbende verstrekte informatie niet meer nodig is om er rechtsgevolgen aan te kunnen verbinden als de belanghebbende weigert mee te werken aan een huisbezoek. Hiervoor wordt aangesloten bij de inlichtingenplicht van de belanghebbende. Als er na verificatie van de beschikbare informatie onduidelijkheid blijft bestaan en de belanghebbende weigert een huisbezoek en kan het ook niet op een andere manier aantonen, dan is een huisbezoek gerechtvaardigd. Dit is van belang voor artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM): het ingezette middel (huisbezoek) moet noodzakelijk en proportioneel zijn voor het doel (vaststellen van de leefsituatie). Het doel moet ook niet op een andere manier kunnen worden bereikt (subsidiariteitsbeginsel). Alleen als de belanghebbende niet op een andere manier zijn leefsituatie aannemelijk maakt of kan maken, mag er een huisbezoek worden afgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel