Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.7.

Weigeren huisbezoek

Onderdeel van Protocol Huisbezoek WIZ

Als een uitkeringsgerechtigde of de aanvrager van een uitkering niet meewerkt aan een huisbezoek heeft dit gevolgen voor de uitkering of toeslag. Geen vermoeden van fraude: De “Wet Huisbezoeken” regelt de rechtsgevolgen van het weigeren van een huisbezoek ter verificatie. Wanneer iemand een huisbezoek ter verificatie van de verstrekte inlichtingen weigert en niet op andere wijze zijn leefsituatie aantoont zijn de gevolgen: Indien de belanghebbende niet aantoont dat hij alleenstaande (ouder) is De uitkering wordt vastgesteld op 50 % van de gehuwden norm, zonder verdere toeslag. Art. 9 lid 4 WWB wordt buiten toepassing gelaten Indien belanghebbende niet aantoont dat hij feitelijk woont op het opgegeven adres. De uitkering wordt opgeschort met het verzoek binnen de gestelde termijn alsnog op andere wijze aan te tonen aldaar feitelijk te verblijven. Indien betrokkene dit nalaat wordt het recht ingetrokken vanaf datum opschorting. Indien betrokkene niet aantoont dat hij zijn kosten niet met een ander kan delen De toepasselijke norm wordt verlaagd overeenkomstig art. 26 van de WWB. Dit geldt voor zowel de alleenstaande en de alleenstaande ouder als voor het gezin. In de gemeentelijke verordening moet op grond van artikel 30 WWB de verlaging van de norm worden bepaald. Vermoeden van fraude: Eerder is vermeld dat de rechtsgevolgen van het weigeren mee te werken aan een huisbezoek na een vermoeden van fraude (ter controle) het afwijzen van een bijstandsaanvraag dan wel het intrekken van de bijstand tot gevolg kan hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel