Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Ongewenst gedrag (artikel 6)

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer 2015

1.. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende het verblijf van de leerling in het door de gemeente bekostigde vervoer berust bij de ouders. 2.. Leerlingen die met aangepast vervoer naar school gaan, kunnen gedrag vertonen wat onacceptabel is, omdat het daarmee een gevaar voor zichzelf en/of anderen veroorzaakt, bedreigend of onhygiënisch is. Wanneer zo’n situatie zich voordoet kan onderzocht worden of hier een medische oorzaak aan ten grondslag ligt. Afhankelijk van het medische advies kan de verstrekte vergoeding zo nodig worden aangepast. 3.. Wanneer blijkt dat een leerling niet zelfstandig met het aangepaste vervoer kan reizen, is in beginsel de ouder verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding voor de leerling. Hiertoe kan de gemeente de ouders zitruimte in het voertuig aanbieden. Voor de dossiervorming is het belangrijk, dat dit ouders schriftelijk wordt meegedeeld. Wanneer de begeleiding niet geleverd wordt en/of het gedrag van de leerling niet ten positieve keert, kan de gemeente besluiten het aangepaste vervoer te beëindigen. Ook wanneer er een medische oorzaak is aan te wijzen voor de misdragingen en die misdragingen kunnen met het bieden van begeleiding onder controle gehouden worden, zijn het de ouders die de begeleiding dienen te organiseren. 4.. De gemeente Veenendaal wil de verantwoordelijkheid voor het vervoer van leerlingen bij de ouders laten. In situaties, waarbij een leerling ontoelaatbaar gedrag vertoond in het aangepaste vervoer, worden ouders schriftelijk op de hoogte gebracht en kan hen de gelegenheid geboden worden hun kind te (laten) begeleiden. Wanneer het gedrag niet verbetert, kan de gemeente besluiten het aangepaste vervoer voor deze leerling te beëindigen, op te schorten of in te trekken. Over de noodzaak van begeleiding of de inzet van individueel vervoer voor de leerling kan de gemeente zich laten adviseren door een externe deskundige. 5.. Ook wanneer de leerling op een andere manier reist, dan met het aangepast vervoer, kan de vervoersvoorziening worden beëindigd, worden opgeschort of ingetrokken indien er sprake is van ernstig wangedrag. Ook in deze situaties kan de gemeente besluiten, zonodig na inwinning van advies (extern of bij een afdeling van de gemeente), de vervoerskosten van een begeleider te bekostigen. Ouders zijn in dat geval verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding.

Rechtspraak bij dit artikel