Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Dichtstbijzijnde toegankelijke school (artikel 1 sub o en artikel 3)

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer 2015

Een vergoeding leerlingenvervoer wordt gebaseerd op de vervoerskosten naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de soort die de leerling nodig heeft en van de gewenste richting. Leidend hierbij is de school waarop de leerling is ingeschreven. Met andere woorden: als de leerling niet op de dichtstbijzijnde toegankelijke school is ingeschreven, wordt geen vergoeding verstrekt. Ook niet ter overbrugging van (een deel van) de vervoerskosten naar de verder weg gelegen school. In andere voorkomende situaties wordt als volgt gehandeld: Vervoer naar ISK ISK (Internationale Schakel Klas) is een vorm van regulier basisonderwijs of voortgezet onderwijs. De afstand van woning naar ISK moet meer dan zes kilometer bedragen. Dit is alleen voor leerlingen die op het primair onderwijs zitten. Leerlingen voortgezet onderwijs ISK, komen niet in aanmerking voor een bekostiging van het leerlingenvervoer. Bij de toepassing van het vervoer naar ISK wordt getoetst of de ouders een eigen bijdrage dienen te betalen zoals bepaald in de Verordening. Leerlingen van het AZC komen niet in aanmerking voor het leerlingenvervoer omdat zij taalonderwijs krijgen op het terrein van het AZC. Onderwijs voor hoogbegaafden Het onderwijs voor hoogbegaafden, veelal ondersteund door de Leonardo Stichting, wordt vrijwel altijd gegeven op reguliere basisscholen, bijvoorbeeld door het creëren van aparte groepen. Zij vallen daardoor onder de Wet op het Primair Onderwijs. De gemeente Veenendaal ziet het onderwijs voor hoogbegaafden als regulier basisonderwijs. Bekostiging van leerlingenvervoer voor een hoogbegaafde leerling kan alleen plaatsvinden bij een cumulatie van problemen. Het is dan aan de ouders om te onderbouwen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en zij daarom aanspraak op een vergoeding doen op grond van de hardheidsclausule. c.Doorverwijzing van leerlingen Sinds 1 januari 2015 komen er voor het leerlingenvervoer veel aanvragen binnen voor leerlingen die, ten behoeve van de beste combinatie van onderwijs en zorg (lees ook: behandeling), verwezen worden naar een verder weg gelegen school, altijd buiten Veenendaal. Voor 1 januari werden de vervoerskosten voor die behandelingen vergoed vanuit de AWBZ. Sinds 1 januari 2015 is dit budget in Veenendaal overgeheveld naar CJG. Vanuit het leerlingenvervoer is slechts een vergoeding mogelijk t.b.v. de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De Verordening Leerlingenvervoer richt zich daarbij uitdrukkelijk op het onderwijs. Het vervoer naar een verder weggelegen school t.b.v. de beste combinatie onderwijs – zorg valt buiten de werking van de verordening. Wanneer de dichterbij gelegen school of scholen het verzoek tot inschrijving bij de school zou afwijzen, dan is die niet toegankelijk en komt een verder weg gelegen school voor een vergoeding in aanmerking. Sinds de komst van de Wet Passend Onderwijs wijzen scholen een verzoek tot inschrijving echter vrijwel niet meer af. Wel geven ze dan een doorverwijzing naar de school waar onderwijs en zorg wordt geboden (een verder weg gelegen school). Ten behoeve van een aanvraag vergoeding leerlingenvervoer wordt een doorverwijzing niet gelijk gesteld aan een afwijzing en wordt de dichterbij gelegen school niet minder toegankelijk. In voorkomende situaties moeten aanvragen ten behoeve van een vervoerskostenvergoeding worden gedaan bij het CJG. Deze beoordeelt de aanvraag naar hun eigen criteria. d.Symbiose-onderwijs De WEC geeft scholen de mogelijkheid om een leerling voor minimaal 3 uur per week onderwijs te laten volgen op een reguliere basisschool (BO) of school voor voortgezet onderwijs (VO) of een school voor speciaal basisonderwijs (sbo). Er is dan sprake van symbiose. Ten behoeve hiervan sluiten de 2 scholen een overeenkomst en volgt de leerling onderwijs op 2 verschillende scholen, terwijl hij ingeschreven blijft op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Een leerling die reeds in aanmerking komt voor een vergoeding leerlingenvervoer naar (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so komt ook in aanmerking voor een vervoerskostenvergoeding naar de BO, VO of sbo school, waarmee de (v)so een symbiose-overeenkomst heeft. Naast de aanwezigheid van een dergelijke overeenkomst moet de BO, VO of sbo buiten de afstandsgrens staan, die voor de (v)so school van toepassing is. Verder wordt opnieuw beoordeelt wat passend vervoer is naar deze 2e school en vindt het eventuele aangepast vervoer alleen plaats in overeenstemming met de schooltijden zoals die in het schoolgids staan. Het streven van de (v)so-school waar de leerling ingeschreven is en blijft, moet een BO, VO of sbo zo dicht mogelijk bij de woning van de leerling (thuis nabij onderwijs) zijn. Dit past bij het uitgangspunt van de gemeente Veenendaal om leerlingen dichtbij huis naar school te laten gaan.

Rechtspraak bij dit artikel