Subsidiabele onderhoudskosten zijn kosten die, naar het oordeel
van het college noodzakelijk zijn om een gemeentelijk monument,
op sobere en doelmatige wijze, als zodanig in stand te
houden.
Subsidie kan worden verleend in de volgende
onderhoudskosten:
herstel en vernieuwen van rieten daken (met deklatten en
beperkt herstel van sporen);
herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met
deklatten), leien, lood, zink of koper met beperkt
herstel van dakbeschot en sporen;
herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief
bijbehorende hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van
goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief
aansluitingen op riolering en open water;
herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen,
luiken, stoepen, roedenverdeling, lijstwerk;
herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en
loodaansluitingen;
herstel van dak- en torenluiken, loopbruggen, het
afgazen van torenluiken;
inboeten, beperkt herstel van muurwerk en opvoegen of
pleisteren van gevels;
beperkt vervangen of inboeten van natuursteen;
behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de
vochthuishouding dan wel ter bestrijding van
zwamaantasting of houtaantasters;
herstel, vervangen en indien nodig aanbrengen van een
nieuwe bliksembeveiliging;
buitenschilderwerk en binnenschilderwerk wat betreft
buitenramen en -kozijnen en -deuren;
beperkt herstel van dragende constructies (onder andere
ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen,
spantbenen);
herstel van glas-in-lood-beglazing en ander bijzonder
glas en het aanbrengen van beschermende beglazing voor
o.a. gebrandschilderd glas;
het aanbrengen van inspectievoorzieningen zoals
dakluiken en klimhaken;
herstel van waardevolle interieuronderdelen;
uitwendig herstel van diverse bijgebouwen, zoals
hooibergen, schuren, bakhuisjes, pompen, hekken, burgen,
koetshuizen, oranjerieën, theekoepels, voor zover
opgenomen in de redengevende omschrijving;
vervangingen herstel van overige bouwelementen met
waarde van grote zeldzaamheid of historische
waarde.
De subsidiabele onderhoudskosten worden bepaald aan de hand van
de “Leidraad subsidiabele onderhoudskosten” zoals vastgesteld
door de minister van Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen in het boekje “Beleidsregels Onderhoud en
Restauratie Monumenten” (herziene druk 2001).
In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking
komende bijzondere gevallen kan de subsidie in andere
onderhoudskosten dan genoemd in het tweede lid worden
verleend.
Subsidiabele onderhoudskosten zijn tevens, voor gemeentelijke
monumenten en beschermde monumenten, de kosten van:
het abonnement van de Monumentenwacht;
de tweejaarlijkse inspectie door de Monumentenwacht,
mits het college een afschriftontvangt van het
inspectierapport;
c.het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
De subsidiabele onderhoudskosten
Onderdeel van Subsidieverordening onderhoud monumenten Nuenen c.a. 2015