**1..** Het college beoordeelt het verzoek van de vrijwillige inburgeraar om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende aspecten:
de motivatie van de vrijwillige inburgeraar om geen gebruik te maken van het aanbod van de gemeente;
de noodzakelijkheid om een persoonlijk inburgeringsbudget toe te kennen;
de kosten van het aangevraagde persoonlijk inburgeringsbudget in relatie tot het maximaal te vergoeden bedrag;
de periode waarbinnen het aangevraagde traject zal worden afgerond in relatie tot de looptijd van vergelijkbare ingekochte trajecten;
de mate waarin de inburgeringsvoorziening passend is om de vrijwillige inburgeraar voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II danwel de mate waarin de taalkennisvoorziening passend is om de vrijwillige inburgeraar de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding;
het betreffende inburgeringsbedrijf dat de voorziening aanbiedt.
**2..** Het inburgeringsbedrijf dient onder meer:
ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;
bij voorkeur te beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;
te beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen.
**3..** Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is opgenomen, heeft gesloten, sluit de vrijwillige inburgeraar een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
Onderdeel van Verordening inburgering