**1..** Het college beoordeelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende aspecten:
de motivatie van de inburgeringsplichtige om geen gebruik te maken van het aanbod van de gemeente;
de noodzakelijkheid om een persoonlijk inburgeringsbudget toe te kennen;
de kosten van het aangevraagde persoonlijk inburgeringsbudget in relatie tot het maximaal te vergoeden bedrag;
de periode waarbinnen het aangevraagde traject zal worden afgerond in relatie tot de looptijd van vergelijkbare ingekochte trajecten;
de mate waarin de inburgeringsvoorziening passend is om de inburgeringsplichtige voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II danwel de mate waarin de taalkennisvoorziening passend is om de inburgeringsplichtige de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding;
het betreffende inburgeringsbedrijf dat de voorziening aanbiedt.
**2..** Het inburgeringsbedrijf dient onder meer:
ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;
bij voorkeur te beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;
te beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen.
**3..** Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
Onderdeel van Verordening inburgering