**1..** Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.
**2..** voor de verblijfkosten geldt de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid c van de Regeling rechtspositie wethouders en rekening houdend met het bepaalde over de onkostenvergoeding.
voor de reiskosten geldt het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. Bij gebruik openbaar middel van vervoer (2e klasse) en voor een taxi (nodig voor het uiteindelijk bereiken van de bestemming) een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte reiskosten.
**3..** De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.
Hoofdstuk III
Artikel 10
Zakelijke reiskosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015