**1..** Elektrische installaties, verlichtingstoestellen, verwarmingstoestellen en bak-, kook- en frituurinstallaties dienen zodanige eigenschappen te hebben dat het gebruik ervan geen brand- en/of explosiegevaar oplevert. Dit betekent dat:
de elektrische installatie in de verkoopinrichting voldoet aan NEN 1010 en de eisen van de energieleverancier;
toestellen en installaties uitgevoerd zijn conform Europese veiligheidsregels (waaronder de zogenaamde ‘machinerichtlijn’) en voorzien zijn van het CE-keurmerk;
gasgestookte toestellen en installaties die na oplevering door de fabrikant (conform Europese veiligheidsregels/CE) nog aan een installatieproces worden onderworpen, vóór de eerste ingebruikneming gekeurd worden door een erkende installateur; van deze keuring dient een rapport aanwezig te zijn binnen de verkoopinrichting; de keuring kan feitelijk een onderdeel zijn van het installatieproces;
elke verbindingsslang tussen drukhouder en verbruikstoestel e.d. moet:
zijn vervaardigd van synthetisch rubber met één of meer straaldraad- en/of textielinlagen;
GIVEG goedgekeurd zijn;
zijn bevestigd door middel van deugdelijke slangklemmen op slangpilaren;
vrij en ongespannen zijn aangelegd;
zodanig zijn aangebracht dat blootstelling aan ontoelaatbare temperatuursinvloeden en/of mechanische beschadigingen wordt voorkomen;
de gasslang mag maximaal 2 jaar oud zijn, tenzij een visuele inspectie anders aangeeft (NEN 8020-41), en moet zo kort mogelijk worden gehouden;
de lengte van een gasslang bij een tijdelijke opstelling mag maximaal 10 meter zijn;
gasflessen moeten voorzien zijn van een door de Dienst voor het Stoomwezen erkend keurmerk. Gasflessen waarvan de goedkeuring, zoals blijkt uit de ingeponste datum, meer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden, zijn verboden; de gasflesseninstallatie moet voldoen aan NEN 3324;
een adequate rookgasafvoervoorziening gerealiseerd is bij toestellen en installaties die dat behoeven; de bij bakken, braden en frituren vrijkomende dampen dienen via een onbrandbaar, hittebestendig en gasdicht rookafvoerkanaal waarin een verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter is geplaatst, te worden weggeleid (tenzij het om een elektrische frituurpan van maximaal 4 liter gaat dan wel een kookketel met een inhoud van niet meer dan 25 liter);
afsluiters in vaste gasleidingen goed bereikbaar zijn en aangebracht aan het einde van elke aftakking van een vaste leiding naar een gebruikstoestel en in de leidingen op plaatsen waar de leiding geheel of gedeeltelijk kan worden gespoeld met een inert gas;
het gebruik van andere brandbare gassen dan butaan en propaan is niet toegestaan. LPG mag alleen gebruikt worden in daarvoor specifiek ontworpen installaties. De vaste LPG-installaties in bakwagens moeten voldoen aan NPR 2577. Het gebruik van LPG-tanks als brandstofreservoir voor andere stoffen dan LPG is niet toegestaan;
het leidingnet in bakwagens moet zijn uitgevoerd als een vaste metalen leiding. Aan het einde van elk aftakpunt van de vaste leiding naar een verbruikstoestel moet zich een vaste afsluiter bevinden. Het leidingnet en toebehoren moeten iedere 2 jaar en zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij wijzigingen of reparaties, worden gekeurd en beproefd. Van de beproeving moet een door of vanwege de installateur getekende verklaring bij de gebruikers aanwezig zijn, welke mede door de vergunninghouder is ondertekend;
het gebruik van een verbindingsslang in een bakwagen is alleen toegestaan voor aansluiting van een verbruikstoestel of een gasfles op het vaste leidingnet.
Artikel 10.
Veiligheid van toestellen en installaties
Onderdeel van Inrichtingsplan wijkmarkt winkelcentrum Keizerslanden te Deventer