Omgevingsvergunning/terugverkoop/garantiecertificaat
13.1. De koper is voornemens het verkochte te bebouwen met de in de koopovereenkomst aangegeven bebouwing, welke al naar gelang de bestemming van de grond (een) woning(en), bedrijfsgebouw(en) of kanto(o)r(en) dan wel bijzondere of andere nader in die overeenkomst omschreven bebouwing kan betreffen, een en ander met inachtneming van de ter plaatse geldende wettelijke en stedenbouwkundige voorschriften.
13.2. Met de bebouwing moet worden aangevangen binnen een half jaar na de datum waarop de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden, en dient, eenmaal aangevangen zijnde, ononderbroken te worden voortgezet.
13.3. Indien binnen zesendertig maanden na de juridische levering van het verkochte de in artikel 13.1 bedoelde bebouwing niet voor gebruik is gereedgekomen, is de koper - onverminderd het bepaalde in artikel 13.6 - op eerste verzoek van de gemeente verplicht het verkochte vrij op naam aan de gemeente terug te verkopen. De koopprijs zal alsdan bedragen de in de koopovereenkomst vermelde koopprijs exclusief omzetbelasting, zonder dat daar enige rentevergoeding over verschuldigd is en voorts onder aftrek van eventueel door de gemeente geleden schade. Tenzij anders overeen te komen is de koper alsdan verplicht het verkochte terug te leveren in de staat waarin het door de gemeente is geleverd.
13.4. Indien de koper een niet-natuurlijk persoon betreft die het verkochte bebouwt met woningen die bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd, is:
a. het bepaalde in de artikelen 13.11 tot en met 13.13 en 13.15 niet van toepassing;
b. hij verplicht bij verkoop aan zijn koper(s) een solide garantiecertificaat af te (doen) geven dat voorziet in een laagdrempelige geschillenregeling en bij faillissement van de bouwer de volledige afbouw van de woning zonder kosten voor de koper(s) daarvan. Voormeld garantiecertificaat behoeft geen hogere eisen te stellen dan het Bouwbesluit en dient te zijn afgegeven door een maatschappij die valt onder het toezicht van de Nederlandsche Bank.
Afscheiding verkochte
13.5. Indien het verkochte grenst aan gemeente-eigendommen is de koper verplicht het verkochte binnen drie maanden na voltooiing van de daarop op te richten bebouwing, op zijn kosten van die aangrenzende grond af te scheiden en afgescheiden te houden.
Verlenging termijnen
13.6. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente kan op schriftelijk verzoek van de koper de in dit artikel gestelde termijnen verlengen en daaraan nadere voorwaarden verbinden.
Boete
13.7. Indien de koper in gebreke blijft te voldoen aan de in de artikelen 13.2 tot en met 13.5 vermelde verplichtingen, zal hij aan de gemeente per overtreding voor elke volle dag van in gebreke blijven een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete zijn verschuldigd van tweehonderdvijftig euro (€ 250,00), zulks onverminderd het recht van de gemeente te kiezen voor een vordering tot nakoming. Het bepaalde in artikel 6:92 de leden 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt bij dezen uitdrukkelijk uitgesloten.
Kettingbeding
13.8. De in de artikelen 13.2 tot en met 13.5 omschreven verplichtingen, zullen - voor zover nog niet geëxpireerd - op alle opvolgende kopers en opvolgende gerechtigden toepasselijk zijn en wel zodanig, dat elke koper of opvolgend gerechtigde door wie een of meer van die verplichtingen niet zijn nagekomen, aansprakelijk zal zijn tot betaling van de in artikel 13.7 genoemde boete.
13.9. Hiertoe zullen bedoelde verplichtingen, alsmede het bepaalde in de artikelen 13.7 tot en met 13.10, bij elke overdracht van de verkochte grond of vestiging van een beperkt gebruiksrecht op het verkochte, in de betreffende leverings- of vestigingsakte woordelijk moeten worden opgenomen en worden bedongen ten behoeve van de gemeente.
13.10. Bij niet nakoming van het in artikel 13.9 vermelde beding verbeurt de koper of de opvolgend gerechtigde, die dat beding overtreedt, ten behoeve van de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete, gelijk aan de koopprijs van het verkochte inclusief omzetbelasting.
Toestemming bij overdracht
13.11. Zolang niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 13.2 tot en met 13.5 is het zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente verboden het verkochte (geheel of gedeeltelijk) in (economische)eigendom over te dragen, in erfpacht uit te geven, met beperkte rechten te bezwaren, te verhuren of te verpachten. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
13.12. Het bepaalde in artikel 13.11 is niet van toepassing bij de vestiging van rechten van hypotheek en in geval van executoriale verkoop als bedoeld in artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek.
13.13. Bij overtreding van het in artikel 13.11 genoemde verbod zal de koper aan de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete zijn verschuldigd, gelijk aan de door hem aan de gemeente betaalde koopprijs inclusief omzetbelasting.
Bedrijfsbebouwing: in/uitrit(ten)
13.14. Indien het verkochte is bestemd voor bedrijfsbebouwing zijn de kosten voor de naar het verkochte te maken in/uitrit(ten) voor rekening van de koper. De koper dient voor de realisering van in/uitrit(ten) toestemming casu quo vergunning aan te vragen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente.
Kwalitatieve verplichting
13.15. Partijen komen overeen dat het bepaalde in artikel 13.11 juncto artikel 13.13 als kwalitatieve verplichting rust op het verkochte en van rechtswege zal overgaan op hen die het verkochte onder bijzondere titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een beperkt gebruiksrecht op het verkochte zullen verkrijgen. Partijen machtigen elkaar over en weer om dit beding te doen inschrijven in de daartoe bestemde openbare registers.
Artikel 13.
Verplichtingen/verboden/kettingbeding/kwalitatieve verplichting
Onderdeel van NHOUDSOPGAVE