**1..** Elektrische installaties, verlichtingstoestellen, verwarmingstoestellen en bak-, kook- en frituurinstallaties dienen zodanig gebruikt te worden dat daardoor geen brand- en/of explosiegevaar ontstaat. Dit betekent dat:
elektriciteitskabels zodanig worden opgehangen dan wel onder matten worden weggeborgen dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen;
toestellen en installaties zodanig geplaatst worden dat ze niet in aanraking komen met gemakkelijk brandbare stoffen en goederen;
gasgestookte verwarmingstoestellen met een open verbranding zodanig afgesteld zijn dat er een optimale verbranding plaatsvindt;
de in de bakkraam of -wagen aanwezige gastanks en/of gasflessen mogen een gezamenlijke waterinhoud hebben van ten hoogste 115 liter. Een losse gasfles mag een waterinhoud hebben van ten hoogste 40 liter;
gasflessen zodanig zijn opgesteld dat het publiek er niet bij kan, sprake is van goede ventilatie, zij beschermd zijn tegen omvallen (kantelen) en aanrijden;
toestellen voor koken, bakken, braden en frituren op een plaat van onbrandbaar materiaal dat warmte slecht geleidt (NEN 6065 klasse 2), zijn geplaatst en wanden binnen een afstand van 0,30 meter van de toestellen op dezelfde manier bekleed zijn;
toestellen en installaties schoon en vetvrij worden gehouden;
installaties voor koken, bakken, braden en frituren tenminste jaarlijks aan onderhoud worden onderworpen en tweejaarlijks gekeurd worden door een erkende installateur; van deze keuring dient een rapport aanwezig te zijn binnen de verkoopinrichting;
bij gebruik van een installatie voor koken, bakken, braden en frituren, voor iedere pan of frituurbak een goed passend metalen deksel aanwezig is;
flessen en tanks mogen tot slechts 80% worden gevuld. Een lege fles moet altijd met een gesloten afsluiter worden bewaard;
afsluiters moeten tegen beschadigingen zijn beschermd. Indien de bescherming bestaat uit een afneembare dop, moet deze bij niet aangesloten flessen zijn opgeschroefd;
het gebruik van een reduceer (drukregelaar) ouder dan 5 jaar is verboden. Alle toegepaste appendages moeten door de Dienst voor het Stoomwezen goedgekeurd zijn;
het verbruikstoestel mag alleen op de standplaats in werking zijn. Tijdens het transport moeten de afsluiters van de gasflessen te allen tijde gesloten zijn;
bij het wisselen van gasflessen mogen de branders niet in werking zijn;
in het geval er sprake is van personeel: dat dit voldoende is opgeleid om te kunnen werken met de installatie.
Artikel 10.
Veilig gebruik van toestellen en installaties
Onderdeel van Inrichtingsplan zaterdagwarenmarkt (Brink) te Deventer