De belasting bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij de aanvang
van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in
werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via
de telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale
computer. In dat laatste geval is belasting achteraf
verschuldigd.
Van de parkeerbelastingen wordt onverminderd het bepaalde in het
derde lid, geenontheffing verleend.
Ingeval de belasting als bedoeld in artikel 2 is voldaan door
middel van betaling vooreen parkeerkaart met een geldigheidsduur
van twee of meer aansluitende perioden van zeven aaneensluitende
dagen, wordt op verzoek ontheffing verleend over het aantal
volle perioden van zeven aaneensluitende dagen dat resteert na
de datum van ontvangst van het verzoek en de parkeerkaart waar
het betrekking op heeft.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015