De belasting als bedoeld in artikel 2, moet overeenkomstig de
aangifte betaald worden bij de aanvang van het parkeren;
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de
belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een
maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang
van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur
geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel
inloggen op de centrale computer.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015