**1..** Het college acht in de volgende gevallen verminderde verwijtbaarheid aanwezig bij een overtreding van de inlichtingenplicht:
Belanghebbende verkeerde op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen in onvoorziene en ongewenste omstandigheden die niet tot het normale levenspatroon behoren. Deze omstandigheden brachten belanghebbende weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid om aan zijn verplichting te voldoen, maar waren emotioneel zo ontwrichtend dat het belanghebbende niet volledig valt toe te rekenen dat de informatie niet tijdig of volledig aan het college is verstrekt;
Belanghebbende verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen;
Belanghebbende verstrekt onjuiste of onvolledige informatie of meldt een wijziging van omstandigheden niet onverwijld, maar uit eigen beweging verstrekt hij alsnog de juiste inlichtingen voordat de overtreding door het college is geconstateerd;
Er is sprake is van een samenstel van omstandigheden, zoals hiervoor genoemd, die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel, leiden tot het oordeel dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid;
Er is sprake van gedeelde verwijtbaarheid bij belanghebbende en het college.
Artikel 3
Verminderde verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregel Maatwerk bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz gemeente Groesbeek 2015