Naar hoofdinhoud
1.. Belanghebbende kan voor een financiële bijdrage voor huishoudelijke hulp in aanmerking worden gebracht indien: sprake is van aantoonbare beperkingen in het voeren van het huishouden waardoor de noodzaak voor ondersteuning vaststaat; de noodzaak wordt vooraf door het college vastgesteld; het maandelijkse netto-inkomen inclusief vakantiegeld en inkomsten uit vermogen, verminderd met de eigen bijdrage(n) die via het C.A.K. worden geïnd, voor alleenstaanden lager is dan € 1500 en voor meerpersoonshuishoudens lager is dan € 1900. De genoemde bedragen worden jaarlijks met gelijke index verhoogd als waarmee de bijstandsnorm wordt verhoogd. 2.. Het vermogen van belanghebbende wordt bij de berekening van de financiële ruimte buiten beschouwing gelaten. Het inkomen uit vermogen (rente) wordt bij de berekening van de financiele ruimte wel meegenomen. 3.. De aan het C.A.K. te betalen eigen bijdrage(n) voor andere zorg verkregen, wordt op de hoogte van het netto-inkomen in mindering gebracht; 4.. Voor de berekening van het netto-inkomen, voor het bepalen van de ontvangen rente en voor het bepalen van de eigen bijdragen, die door het C.A.K. in rekening worden gebracht, wordt bij een meerpersoonshuishouden het netto-inkomen, de ontvangen rente en de verschuldigde eigen bijdragen van alle huisgenoten van achttien jaar en ouder meegeteld. Bij een eenpersoonshuishouden worden de eigen bijdragen van de belanghebbende en van de eventuele kinderen in de berekening betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel