Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2.. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Indien de raad hiertoe een format vaststelt, dient een motie, om in behandeling genomen te kunnen worden, aan het format te voldoen. 3.. Het raadslid dat de motie heeft ingediend, leest het dictum van de motie voor. 4.. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 5.. Als de motie naar aanleiding van de behandeling wordt aangepast, dan leest het raadslid dat de motie heeft ingediend, de gewijzigde motie voor. 6.. Als een raadslid een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wil indienen, dan dient hij deze in bij de vaststelling van de agenda. De indiener krijgt van de voorzitter de gelegenheid de motie toe te lichten. 7.. De behandeling van een motie genoemd in het zesde lid, vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 8.. De motie kan door de indiener(s) worden ingetrokken totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel