**1..** Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, kan door de gemeenteraad worden aangewezen tot lid van
a. het algemeen bestuur of dagelijks bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen; of van
b. het algemeen bestuur, dagelijks bestuur of de raad van commissarissen van een vennootschap, vereniging of stichting die belangen van de gemeente behartigt, werkzaamheden voor of namens de gemeente uitvoert, of beleidsdoelstellingen van de gemeente realiseert; of van
c. een besturend, controlerend of adviserend orgaan van een ander bestuursorgaan.
**2..** Een persoon als bedoeld in het eerste lid kan in de raadscommissies verslag doen over zaken die in het orgaan waarin hij zitting heeft, of bij de rechtspersoon of het bestuursorgaan waartoe dat orgaan behoort, aan de orde zijn.
**3..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4..** Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 6
Artikel 41
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad