Bij de verstrekking van bijzondere bijstand moet rekening worden gehouden met het bestaan van voorliggende voorzieningen. Een voorliggende voorziening is: elke voorziening, buiten de Participatiewet, die gelet op haar aard en doel, geacht wordt passend en toereikend te zijn, waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven voor die kosten. Het gaat om voorzieningen waarop wettelijk aanspraak bestaat (bijv. AWBZ of Wmo) of een beroep kan worden gedaan (bijv. Kredietverlening door een bank of een vergoeding via een zorgverzekering). Andere voorbeelden van voorliggende voorzieningen zijn: de zorgtoeslag en de huurtoeslag. Er bestaat ook geen recht op bijstand voor kosten die in de voorliggende voorziening (geheel of gedeeltelijk) als niet noodzakelijk worden aangemerkt (bijv. Zorgverzekeringswet). De Participatiewet is een vangnet en kan het beleid van voorliggende voorzieningen dan ook niet doorkruisen, tenzij het college een uitdrukkelijke keuze heeft gemaakt om een buitenwettelijke beleidsregel vast te stellen. Daar waar sprake is van dergelijk buitenwettelijk beleid is dit in deze beleidsregels binnen een omlijnd kader aangegeven.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.02
Voorliggende voorziening
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015