Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.01

Draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015

Om te bepalen of de klant de bijzondere kosten kan voldoen uit het beschikbare inkomen moet eerst bepaald worden wat de draagkrachtruimte is. De draagkrachtruimte is het verschil tussen het inkomen van de klant en de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Voor de algemene bijstand is in artikel 31, tweede lid, Participatiewet en artikel 33, vijfde lid, Participatiewet geregeld welke inkomsten niet op de uitkering worden gekort. Deze inkomsten worden ook voor de bijzondere bijstandsverlening vrijgelaten. Bij de vaststelling van de draagkracht wordt in beginsel rekening gehouden met het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Een eventueel verstrekte individuele inkomenstoeslag of individuele studietoeslag wordt niet meegenomen bij de vaststelling van de draagkracht. Alleen voor woonkostentoeslag geldt dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm meetelt als draagkracht, daar deze kosten als algemene kosten worden aangemerkt. De draagkracht voor de overige kosten wordt vastgesteld op 25% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Een draagkrachtpercentage van 25% houdt in dat 75% van de overschrijding wordt vrijgelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel