Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Samenstelling en bevoegdheden

Onderdeel van Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie en de Erfgoedadviesraad 2014

1.. De Erfgoedadviesraad adviseert het college op verzoek en uit eigen beweging op het gebied van: ruimtelijke kwaliteitsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, landschapsplannen, beeldkwaliteitplannen en andere relevante beleidsstukken; stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente; alle aangelegenheden die van belang (kunnen) zijn in relatie tot de (archeologische) monumentenzorg voor zover dit geen aanvragen om omgevingsvergunning betreft; aanwijzingen en afvoeringen van gemeentelijke monumenten zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de Erfgoedverordening 2013; aanwijzingen van gemeentelijke beschermde dorps- of stadsgezichten zoals genoemd in hoofdstuk 5 van de Erfgoedverordening 2013; de juiste weging van cultuurhistorische waarden zoals genoemd in hoofdstuk 7 van de Erfgoedverordening 2013; initiatieven en plannen betreffende kunst in de openbare ruimte. 2.. De Erfgoedadviesraad bestaat uit tenminste 5 leden en maximaal 8 leden, exclusief voorzitter en secretaris. Leden zijn de deskundigen die gezamenlijk de volgende disciplines vertegenwoordigen: architectuur, landschapsarchitectuur, stedenbouw, cultuurhistorie, monumentenzorg en archeologie. Het is mogelijk dat één lid maximaal 2 disciplines vertegenwoordigt. 3.. De Erfgoedadviesraad kan slechts adviezen uitbrengen indien minimaal één deskundige van iedere benodigde discipline aanwezig is; dit ter beoordeling door de voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel