In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels:
elektrische verlichting dient zo te worden gemonteerd dat deze
niet in aanraking kan komen met gemakkelijk brandbare
stoffen;
losse kabels, die in de looppaden op de grond liggen, moeten
afgedekt worden met afdekmatten, zulks ter goedkeuring van de
marktmeester;
bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt moet een
doelmatig blusapparaat, alsmede een deksel voor afsluiting van
de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld een schuimblusser met
een vulling van ten minste 4 kg of een poederblusser met een
vulling van ten minste 6 kg);
de aanwezige brandblussers dienen goedgekeurd te zijn door een
erkend keuringsbedrijf en voorzien te zijn van een geldige
keuringssticker;
gasflessen moeten voorzien zijn van een door de Dienst
Stoomwezen erkend geldig keurmerk. De verbinding tussen de
gasfles(en) en het gaskomfoor dient te bestaan uit een metalen
leiding of een goedgekeurde GIVEG-slang met een maximale lengte
van 10 meter. De slang dient met deugdelijke slangklemmen
verbonden te zijn met de gasfles(en);
gasflessen mogen slechts in dagvoorraad aanwezig zijn;
lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een
kraam of wagen zijn opgesteld. In gebruik zijnde flessen moeten
op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld;
emballage en verpakkingsmateriaal mogen niet in of nabij open
vuur aanwezig zijn;
ballonnen met brandbaar gas gevuld mogen niet aanwezig
zijn;
het gebruik van vloeibare LPG is toegestaan;
ondergrondse brandkranen dienen vrij gehouden te worden.
Hoofdstuk 4.
Artikel 23.
Algemene brandveiligheidsnormen
Onderdeel van Marktverordening Gemeente Castricum 2015