Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 3.11

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Provincie Groningen 2016

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: uitvoering vindt plaats in leefgebieden; de subsidieontvanger doet uiterlijk voor 1 januari van ieder kalenderjaar per leefgebied of onderdeel van een leefgebied waarvoor is beschikt een opgave van de beheeractiviteiten op perceelsniveau in het daartoe door Gedeputeerde Staten aangewezen systeem; de gekozen beheeractiviteit of combinatie van beheeractiviteiten past bij de beheerfunctie of het cluster van beheeractiviteiten zoals beschikt en het bijhorende leefgebied zoals aangewezen in het natuurbeheerplan; wijzigingen van activiteiten op perceelsniveau die gedurende het kalenderjaar optreden worden door de subsidieontvanger uiterlijk drie werkdagen voorafgaand aan het ingaan van de wijziging gemeld aan Gedeputeerde Staten, door de wijziging op perceelsniveau door te voeren via het daartoe onder b bedoelde systeem en kunnen tot uiterlijk 30 september van het lopende beheerjaar worden doorgevoerd; wijzigingen bestaande uit het toevoegen van percelen worden door de subsidieontvanger uiterlijk op 15 mei van het lopende beheerjaar doorgevoerd via het in onderdeel b bedoelde systeem; wijzigingen bestaande uit het terug trekken van percelen met de daarbij horende beheeractiviteit zijn mogelijk tot en met 30 september, tenzij op deze percelen een controle is uitgevoerd; de subsidieontvanger dient ieder kalenderjaar in de periode waarin de Gecombineerde data inwinning wordt ingediend een betaalverzoek in voor dat kalenderjaar. De subsidieontvanger dient deze aanvraag in via een door Gedeputeerde Staten beschikbaar gesteld formulier de subsidieontvanger dient uiterlijk 1 oktober van ieder kalenderjaar een verantwoording in waarin is beschreven: welke activiteiten als bedoeld onder b, daadwerkelijk zijn uitgevoerd; welke wijzigingen als bedoeld onder d, e en f hebben plaatsgevonden en waarom; de subsidieontvanger dient uiterlijk 1 december van ieder kalenderjaar een voortgangsverslag in; de subsidieontvanger beschikt voor de gehele duur van de subsidie over een certificaat collectief agrarisch natuurbeheer; de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat er door of vanwege Gedeputeerde Staten audits kunnen worden uitgevoerd in het kader van de naleving van de certificeringsvoorwaarden; de subsidieontvanger verleent medewerking aan een toezichthouder als bedoeld in artikel 1.7 om toezicht te houden op de naleving van de subsidieverplichtingen en verleent een toezichthouder ongehinderd toegang tot percelen; de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in het desbetreffende leefgebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel