**1..** In afwijking van artikel 2, tweede lid besluit het college af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende:
gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of
gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of
gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten.
Een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.
**2..** In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder a. of b. slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c. wordt uitsluitend ambtshalve besloten.
**3..** De in het eerste lid onder a. en b. genoemde termijn van tien jaar is drie jaar indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 5.
Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Deventer 2015