1. Het college verstrekt een tegemoetkoming in de kosten kinderopvang aan de ouder die op grond van een sociaal medische indicatie kinderopvang nodig heeft en een aanvraag voor een tegemoetkoming bij de gemeente heeft ingediend.
2. Het college baseert het besluit om een tegemoetkoming toe te kennen op basis van een sociaal medische indicatie van de GG&GD.
3. De geldigheidsduur van de indicatie wordt bepaald door de GG&GD, maar is nooit langer dan één jaar.
4. In afwijking van lid 3 kan de GG&GD een indicatie voor een langere periode dan een jaar afgeven.
5. Voor het verkrijgen van een tegemoetkoming moet de ouder en in indien van toepassing de partner voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden:
de ouder moet gebruik maken van een geregistreerde kinderopvanginstelling (dagopvang, buitenschoolse opvang of gastouderopvang).
ingeschreven zijn in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA/BRP) van Den Haag
rechtmatig in Nederland verblijven in de zin vanartikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2005
6. Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat op grond van de sociaal medische indicatie dan wel dat naar haar oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is.
Paragraaf 2
Artikel 4
Tegemoetkoming kosten kinderopvang
Onderdeel van BELEIDSREGELS TEGEMOETKOMING KOSTEN KINDEROPVANG VOOR OUDERS MET EEN SOCIAAL MEDISCHE INDICATIE DEN HAAG 2015.