Het Dagelijks Bestuur legt aan liet Algemeen Bestuur over elk
begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde beheer onder
overlegging van jaarrekening en het jaarverslag.
Het Dagelijks Bestuur voegt daarbij een verslag als bedoeld in
artikel 29 lid 2 van deze regeling.
In de jaarrekening wordt het door elk van de gemeenten in het
desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.
De kosten worden, rekening houdend met andere inkomsten over de
gemeenten verdeeld, overeenkomstig Inde begroting bepaalde
verdeelsleutel.
De in de voorgaande leden bedoelde stukken worden aan het
Algemeen Bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten
toegezonden, uiterlijk op 1 april volgende op het jaar waarop
zij betrekking hebben.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee
maanden, nadat de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken
zijn toegezonden aan het Algemeen Bestuur van hun gevoelens ter
zake doen blijken.
Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli in
het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan
het college van Gedeputeerde Staten.
Hét Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na
vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar
volgende op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft
aan Gedeputeerde Staten.
Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast
het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de leden van
het Dagelijks Bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde
financieel beheer.
Garantie ten aanzien van financiële verplichtingen.