Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 38

Artikel 38

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DIAMANT-GROEP

1.. De regeling wordt opgeheven, wanneer de colleges van Tilburg en twee andere gemeenten daartoe besluiten. 2.. De In het eerste lid bedoelde besluiten behoeven de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. 3.. De opheffing gaat niet eerder in dan op de dag volgende op die waarop is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 26 vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4.. In geval van opheffing van de regeling besluit het Algemeen Bestuur tegelijkertijd tol liquidatie en stelt daarvoor direct de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5.. Het Algemeen Bestuur stelt, gehoord de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, het liquidatieplan vast, dat voorziet in de verplichtingen van de deelnemende gemeenten in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan behoeft de goedkeuring van het Gedeputeerde Staten. 6.. Het Dagelijks Bestuur is belast met de liquidatie. 7.. Zo nodig blijven de overige organen van de Diamant-groep ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is vervuld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel