Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Kapverbod

Onderdeel van BOMENVERORDENING GEMEENTE DOETINCHEM 2015

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.. Het verbod in lid 1 geldt niet voor openbare bomen met een stamomtrek van minder of gelijk aan 60 centimeter op 1.30 m. hoogte boven het maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de dikste stam van doorslaggevende betekenis voor het vellen van de gehele boom. 3.. Het verbod in lid 1 geldt niet voor particuliere bomen met een stamomtrek van minder of gelijk aan 120 centimeter op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de dikste stam van doorslaggevende betekenis voor het vellen van de gehele boom. 4.. Het verbod in lid 1 geldt niet voor houtopstanden binnen de bebouwde kom, uitgezonderd: houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen en een grotere oppervlakte bestaan dan 1000 m2; openbare bomen met een stamomtrek van meer dan 60 centimeter; particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter; bomen die zijn geïnventariseerd en geplaatst op de bijzondere bomenlijst; 5.. Het verbod in lid 1 geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde kom boswet, uitgezonderd: openbare bomen met een stamomtrek van meer dan 60 centimeter; particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 120 centimeter; bomen die zijn geïnventariseerd en geplaatst op de bijzondere bomenlijst. 6.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet, indien het betreft: populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; fruitbomen, en windschermen om boomgaarden; fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand, niet gelegen binnen de bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20. 7.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikel 10 van deze verordening; houtopstand die moet worden geveld op grond van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid op last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze verordening; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel, ter uitvoering van het reguliere onderhoud, bij daarvoor geschikte boomsoorten; dunning en ander regulier onderhoud; dunning is een velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel