**1..** Het is voor zover in de overige artikelen van deze verordening niet
anders is bepaald verboden in de periode van 1 mei tot 1 oktober met
een vaartuig, met uitzondering van bezoekende charterschepen, langer
dan zes dagen achtereen te verblijven in het in de Havenatlas
aangegeven passantengebied en de Buitenhaven.
**2..** Indien tussen de periodes, waarin een vaartuig in de havens aanwezig
is, minder dan 48 uur is gelegen, worden deze periodes voor de
bepaling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, als
aaneengesloten beschouwd.
**3..** Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
verlenen.
**4..** Indien en voor zover door weersomstandigheden het vertrek uit de
havens naar het oordeel van de havenmeester/havenmanager
onverantwoord is, mag een vaartuig de in het eerste lid bedoelde
verblijfsduur overschrijden voor zo lang de weersomstandigheden dit
noodzakelijk maken.