**1..** Degene die aan boord van een vaartuig voortstuwingsinstallaties,
motoren, aggregaten, geluidsapparatuur of andere toestellen of
installaties in werking heeft of werkzaamheden of activiteiten
verricht doet dit op een zodanige wijze dat de nadelige gevolgen
voor het milieu worden voorkomen of beperkt die voor zover voorkomen
niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden
gevergd.
**2..** Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige
gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt
verstaan:
**a..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel
mogelijk beperken van de verontreiniging van een
oppervlaktewaterlichaam;
**b..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel
mogelijk beperken van luchtverontreiniging;
**c..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een
aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder;
**d..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een
aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder;
**e..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een
aanvaardbaar niveau beperken van lichthinder;
**f..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een
aanvaardbaar niveau beperken van stofhinder;
**g..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een
aanvaardbaar niveau beperken van trillinghinder;
**h..** het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het beperken
van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van
personen en goederen van en naar de haven;
**i..** het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen,
dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken
van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen
zich voordoen en de gevolgen hiervan;
**j..** de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor
het beheer van afvalwater;
**k..** het doelmatig beheer van afvalwater;
**l..** het doelmatig beheer van afvalstoffen;
**3..** Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op
geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig
manoeuvreren van vaartuigen.