Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Meerinzicht

1.. Aan het hoofd van het openbaar lichaam staat het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het functioneren van het openbaar lichaam. 2.. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden van de colleges. De colleges wijzen elk uit hun midden twee leden en twee plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aan. 3.. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor de colleges worden benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode van de colleges. 4.. Een lid van het algemeen bestuur treedt af op het moment van tussentijds verlies van de hoedanigheid van lid van het college. 5.. De leden van het algemeen bestuur treden tegelijk af op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het algemeen bestuur in functie treden. 6.. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de voorzitter van het college dat hen heeft aangewezen, op de hoogte. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 7.. De leden van het algemeen bestuur kunnen door het college dat hen heeft aangewezen ontslag worden verleend. Het ontslag gaat onmiddellijk in. 8.. Als tussentijds een plaats in het algemeen bestuur vrij komt, voorziet het betreffende college zo spoedig mogelijk opnieuw in de aanwijzing van een nieuw lid van het algemeen bestuur. Het vijfde lid is dan niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel