**1..** Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
**2..** Artikel 25 leden 2, 3 en 7 van de regeling zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening vóór 15 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, zendt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
**3..** Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
**4..** In de rekening wordt het door elk van de colleges over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.
**5..** Verrekening van het verschil tussen hetgeen op grond van artikel 9, derde lid, van deze regeling is begroot en bevoorschot enerzijds en hetgeen op basis van de rekening is verschuldigd anderzijds vindt plaats zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de rekening.