**1..** Een gemeente kan uittreden door toezending van het daartoe strekkende besluit van zijn college aan het algemeen bestuur, doch niet eerder dan na zes jaar na inwerkingtreding van de regeling.
**2..** Het algemeen bestuur besluit binnen drie maanden na ontvangst van het besluit zoals bedoeld in het eerste lid over de voorwaarden waaronder een college kan uittreden. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur het besluit zoals genoemd in het eerste lid heeft ontvangen, tenzij door het algemeen bestuur een kortere datum is bepaald.
**3..** Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en kan aan de uittreding onder andere financiële- en personele voorwaarden verbinden. Tot deze financiële voorwaarden behoort in elk geval de bepaling, dat een uittredende college van het jaar van uittreding af aan het openbaar lichaam blijft betalen een bijdrage in de jaarlijkse (vaste) exploitatielasten, waaronder de personele kosten, van het openbaar lichaam. De bijdrage is niet meer verschuldigd, zodra het algemeen bestuur beslist, dat de uit de uittreding voortgekomen kostenstijging op voldoende wijze is gecompenseerd. De bijdrage kan gekwantificeerd worden in een eenmalige uittredingssom.
**4..** Het dagelijks bestuur ziet toe op de uittreding en de vereffening van de financiële verplichtingen.
**5..** Het uittredende gemeente kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van het openbaar lichaam. Aanvullende afspraken hierover kunnen worden gemaakt in de uittredingsvoorwaarden conform lid 3.