1.Indien de functionaris aan wie een bevoegdheid is gemandateerd in een concreet geval vanwege de omstandigheden en/of zijn positie van deze bevoegdheid geen gebruik mag of wenst te maken, legt hij de besluitvorming aan de hiërarchisch hogere functionaris voor.
2.De besluitvorming wordt aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan voorgelegd voor zover de in het vorige lid bedoelde verhinderende omstandigheden zich ten aanzien van alle hiërarchisch hogere functionarissen voordoen.
Hoofdstuk
Artikel 9
Mandaat en de hiërarchische lijn
Onderdeel van Mandaatregister gemeente Oudewater 2015