1.De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage, in
ondermandaat opdragen aan personen die onder zijn/haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn.
2.De artikelen 3, 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van
bevoegdheden in ondermandaat.