Naar hoofdinhoud

Artikel 4 Hoogte individuele inkomenstoeslag

Artikel 4 Hoogte individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015

1.. De individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: voor een alleenstaande: 27,18 procent van de gehuwdennorm als bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de wet zoals die op 1 januari van elk kalenderjaar geldt; voor een alleenstaande ouder: 34,81 procent van de gehuwdennorm als bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de wet zoals die op 1 januari van elk kalenderjaar geldt; voor gehuwden: 38,78 procent van de gehuwdennorm als bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de wet zoals die op 1 januari van elk kalenderjaar geldt. 2.. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3.. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4.. De bedragen genoemd in het eerste lid worden naar boven afgerond op hele euro’s.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel