**1..** Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
gemeentebestuur vergoed.
**2..** De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
Bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
gemaakte noodzakelijke reiskosten;
Bij gebruik van een eigen vervoermiddel geldt een vergoeding
van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
gelijk aan het bedrag, vermeld in de CAR-UWO gemeente Soest,
artikel 18:1:6:7;
De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
worden aan het raadslid vergoed overeenkomstig het bepaalde
in artikel 4, onderdeel c, van de regeling rechtspositie
wethouders.
**3..** De aanvraag voor de in dit artikel bedoelde kostenvergoeding wordt
ingediend bij de griffier. Het declareren van de kosten vindt plaats
onder overlegging van bewijsstukken. De kosten komen voor rekening
van de gemeente als naar oordeel van de griffier wordt voldaan aan
de voorwaarden voor vergoeding daarvan.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening Rechtspositie raadsleden en fractie-assistenten 2015