Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 3

Reis- en verblijfkosten

Onderdeel van Verordening Rechtspositie raadsleden en fractie-assistenten 2015

1.. Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. 2.. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: Bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; Bij gebruik van een eigen vervoermiddel geldt een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten gelijk aan het bedrag, vermeld in de CAR-UWO gemeente Soest, artikel 18:1:6:7; De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de regeling rechtspositie wethouders. 3.. De aanvraag voor de in dit artikel bedoelde kostenvergoeding wordt ingediend bij de griffier. Het declareren van de kosten vindt plaats onder overlegging van bewijsstukken. De kosten komen voor rekening van de gemeente als naar oordeel van de griffier wordt voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel