Naar hoofdinhoud

Artikel 10 -

Reizen Buitenland

Onderdeel van Verordening gedragscode bestuurlijke integriteit.

Een bestuurder, danwel raadslid, die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van het college danwel het presidium. Een bestuurder, danwel raadslid, die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen en de geraamde kosten. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het college, danwel het presidium, en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. De kosten van eventueel meereizende ambtenaren in het buitenland komen ten laste van de dienst waar zij werkzaam zijn. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college, danwel het presidium, betrokken. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken in de besluitvorming van het college, danwel het predisium. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder, danwel het raadslid.

Rechtspraak bij dit artikel