Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter, een overig lid of een plaatsvervangend lid van de commissie kan door burgemeester en wethouders van Den Haag uit zijn functie worden ontheven, indien op grond van feiten of omstandigheden gerede twijfel bestaat aan zijn onafhankelijkheid of deskundigheid. 2.. De voorzitter, de overige leden of de plaatsvervangende leden kunnen door burgemeester en wethouders op diens verzoek worden ontslagen. 3.. Indien de voorzitter, een overig lid of een plaatsvervangend lid voornemens is ontslag te nemen, geeft hij hiervan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vier weken voordat hij zijn lidmaatschap wil beëindigen, kennis aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel