Een gebiedsontzegging voor bovengenoemd gebied kan enkel worden opgelegd indien één of meer van de volgende wettelijke bepalingen wordt overtreden:
uit de Algemene Plaatselijke Verordening Peel en Maas de artikelen:
2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);
2:26 (ordeverstoring bij evenementen);
2:31 (verboden gedragingen);
2:41 (betreden gesloten woning of lokaal);
2:42 (plakken en kladden);
2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);
2:48 (verboden drankgebruik);
2:49 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen);
2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten);
2:74 (drugshandel op straat);
2:74a (openlijk gebruik);
3:9 (straatprostitutie);
4:6 (overige geluidhinder);
4:8 (natuurlijke behoeften doen);
uit het Wetboek van Strafrecht de artikelen:
138 (huisvredebreuk);
139 (lokaalvredebreuk);
141 (gezamenlijke openlijke geweldpleging);
170 (vernieling van gebouwen);
285 (bedreiging);
300 (mishandeling);
306 (deelnemen aan aanval);
310 (diefstal);
321 (verduistering);
350 (zaakbeschadiging);
424 (straatschenderij);
426 (ordeverstoring in dronkenschap);
453 (openbare dronkenschap);
artikel 2 en 3 van de Opiumwet;
alle bepalingen inzake verboden wapenbezit in de Wet Wapens en munitie.
Artikel 3
Strafbare en/of openbare orde verstorende handelingen
Onderdeel van Mandaat, beleidsregels en werkwijze voor gebiedsontzegging